De overpijnzingen

Een nieuw eiland brengt altijd weer een nieuwe sfeer. Het landschap, de mensen, de geuren. Ze zijn overal weer anders. Hier in Zuid-Oost Bali bevalt het mij prima. Tijdens mij vorige trip werd ik op dit eiland helemaal gek van de overweldigende toerisme-industrie, maar op dit deel van het eiland is het allemaal heel relaxed. Ook de omgeving is prachtig. Het groen van alle tropische bomen en planten is overal aanwezig.

Ik vind het heerlijk om afwisselend in de palmentuin & aan zee lekker te mijmeren of een praatje te maken met het personeel en gasten. Zo is er de jongen die elke ochtend mijn kamer schoonmaakt. Hij is 23 jaar en werkt hier al vanaf zijn zestiende zonder ooit vakantie gehad te hebben. Het verste wat hij ookt gereisd heeft is naar Ubud, een plaats drie uur verderop. In zijn 23 jaar is hij dus nog nooit van dit eiland geweest!

Ik vraag mij af wat dat betekent voor zijn blik op de rest van de wijde wereld. Die moet voor veel mensen hier vrij beperkt zijn want de TV zend voornamelijk soaps en zelfgecensureerd nieuws uit en internet is nog voor weinig mensen betaalbaar. Toegang krijgen tot objectieve media is dus lastig, aangezien ook de kranten zelfcensuur toepassen. Maar aan de andere kant: hoe wereldwijd en kritisch is de blik van de hordes ‘gemiddelde nederlanders’ die zich voornamelijk druk maken over GTST, wat nu weer te kopen bij Xenos en waarom de buurman wél een plasma-TV heeft?

Hier maakt men zich sowieso niet zo snel druk. Het enige waar iedereen zich zorgen over maakt zijn de brandstofprijzen die binnenkort met 30 tot 60% gaan stijgen. Dit zal uiteindelijk leiden tot een gigantische inflatie, terwijl de inkomens niet stijgen Kijk, dan ga je je dus wel ernstig zorgen maken over je levensonderhoud! Of het feit dat bijvoorbeeld de ouders van Lia, Dennis en Oppi niet altijd genoeg gezond eten maken, waardoor opgroeiende kinderen regelmatig ziek zijn en minder goed kunnen leren. Een waardevol opgroeiend brein kan zich dus niet volledig ontplooien. Dat zijn pas zaken om je druk over te maken. Dat doe ik dus ook, maar kan er helaas weinig mee doen.

Met nog een week vakantie voor de boeg probeer ik te bedenken wat ik zal gaan missen. Het feit dat je het hier vrijwel nooit koud hebt en nooit een jas aan hoeft is zoiets. de grenzeloze vriendelijkheid van vreemden zal ik ook missen. Je bent een vriend totdat het tegendeel bewezen is. Da’s thuis wel anders. Geen praatjes meer op straat of in de bus. Men zal in Nederland toch vreemd opkijken als ik bij Albert Heijn aan het kassameisje vraag hoe oud ze is, of ze al getrouwd is en wat ze later wil worden. Hoewel, misschien de moeite van het proberen waard!

Ik vind het ook leuk dat men altijd bang is dat je niet genoeg eet. Zo kwam ik gisteravond in een winkel een meisje uit de buurt tegen en het eerste wat ze zei was:”Hallo, heb je al gegeten?” Kijk, dat is pas een goede openingszin! Ook in Yogja was dat een veel gehoorde vraag. Eerst zorgen dat je gegeten en gedronken hebt, daarna komt de rest wel. En dat brengt mij op het volgende punt. De ongelovelijke dienstbaarheid die men hier voor je over heeft. Op Java en bali is dat nog het sterkst. Verder oostwaards ben je toch wat meer op jezelf aangewezen. Maar je voelt je hier soms zelfs een beetje ongemakkelijk als je ziet hoe hoffelijk je hier behandeld wordt.

Wel kijk ik er naaruit om de comforts van mijn eigen huis weer te hebben. En toen ik vanochtend bij ontbijt sms-jes kreeg vanuit diverse kroegen in mijn home town verlangde ik toch ook wel heel erg naar hte gezelschap van vrienden en familie. Bierproeven zonder mij?!!! Mijn laatste biertje heb ik op 12 augustus gedronken, dus ik ben wel toe aan een avondje ‘pinten met vrinden’.

Nederland maakt van hieruit toch wel een soort van voorverpakte indruk. Alles is netjes aan kant. Goede wegen, geen open riool en geen huisjes van golfplaat kris-kras door het land. Ook lopen er in de stad geen kippen en geiten over straat en kun je niet zomaar ergens fruit plukken van een boom. Dat gebeurt in Nederland allemaal achter de schermen van het boeren bedrijf. Hier in Indonesië staat men veel dichter bij de natuur, maar toch springt met er vrij onzorgvuldig mee om. Veel zwerfvuil, open vuurtjes om dat te verbranden, weinig zorg voor natuurbehoud en uitlaten waar dikke zwarte rook uit komt.

Al met al zal ik dus dingen gaan missen, maar andere zaken in Nederland weer meer gaan waarderen. Over een week kom ik een aantal kilo’s lichter, een heel klein tintje bruiner en vele ervaringen rijker weer thuis.

Sightseeing rond Chandidassa (Bali)

Het was vandaag een mooie dag om de toerist uit te hangen. Aangezien ik gister helemaal niks had uitgevoerd wilde ik vandaag wel iets zien van de omgeving. Dus had ik een auto met chauffeur gehuurd om mij de omgeving even te laten zien. Een reuze gezellige man met als hobby ‘webdesigner’. Hij had het nieuwste van het nieuwste, alleen ondervond hij nogal wat beperkingen van zijn 50k modem. Ja, dat schiet niet echt op als je frontpage wilt downloaden…

Maargoed, we kwamen voor de omgeving. Als eerste ben ik naar het plaatsje Tenganan gegaan. Daar wonen de zegmaar ‘originele’ bewoners van Bali sinds de grijze oudheid. Ze hebben zicht daar intussen gespecialiseerd in rijstbouw en het weven van Ikat. Dat is een weeftechtniek waarbij eerst de draden worden geverfd en daarna pas in de juiste volgorde aan elkaar geweven. Erg arbeidsintensief, dus ook erg duur. Maar wel mooi. Natuurlijk werd er alle gelegenheid geboden om het te kopen, maar dat heb ik niet gedaan. In plaats daarvan heb ik mij laten verleiden tot iets leuks voor in mijn nieuwe huis.

Daarna zijn we naar het Ujung waterpaleis gegaan. Gemaakt aan het begin van de vorige eeuw door een lokale prins die gek was op water. Het wordt nu gerestaureerd en zag er vanaf een heuveltop werkelijk prachtig uit! Dat vond de prins zelf waarschijnlijk ook, want hogerop de berg heeft hij nog een waterpaleis laten bouwen. En deze was eveneens zeer de moeite waard met daarbij ook nog mooie uitzichten over de rijstvelden. Helaas was het wat wisselend bewolkt vandaag, dus ik weet niet of de foto’s wel mooi zijn geworden. We zullen zien.

Na al dat waterplezier heb ik nog een echt paleis bezocht wat tot voor kort bewoond werd door de lokale royalty. Het leukste vond ik nog de oude foto’s met familieportretten die overal hingen, met hier en daar een oververhitte koloniale bestuurder naast de royalty. De hele trip was eigenlijk over voordat ik het wist en om 2 uur vanmiddag zat ik weer in mijn palmentuin op de veranda. Ik moest nog lunchen, mijn was ophalen en wat boodschapjes doen dus daar heb ik de middag maar mee doorgebracht.

En het periodieke praatje met mijn hollandse buren hoorde er natuurlijk ook bij. Een erg gezellige man-vrouw-dochtercombinatie. Zonet nog even de zon onder zien gaan vanaf het strandje wat aan de palmentuin grenst en nu wordt het al weer tijd voor eten! Waar blijft de tijd toch?! Morgen ga ik mijn boek uitlezen en kijken of ik deze kan verpatsen aan de lokale boekwinkel. Verder moet ik nog even vervoer regelen naar Sanur. Daar ga ik namelijk zondag heen, zodat ik maandag een ticket kan kopen om op Java te komen.

Wellicht dat ik in Sanur ook wat meer tijd heb om jullie te bestoken met wat cultureel-filosofische overpeinzingen. Maar hier is het internetgebruik reteduur, dus moet ik het even beperken tot de dagelijkse feitjes helaas. En anders moet het wachten tot in Surabaya. Daar hoop ik rond 6 september aan te komen. Morgen is dus een van de laatste dagen dat ik ongestraft op mijn luie gat kan zitten. Dus dat is ook precies wat ik ga doen! Lekker chillen in de palmentuin! Al jaroers?

Op naar Bali

Ik heb de laatste dag op Lombok gebruikt om lekker te lanterfanten. In een bookshop heb ik een leuk boek gekocht over Australië en in de supermarkt heb ik chips en een krant gekocht. Ik kom de dag dus wel door zo. Ergens in mijn achterhoofd zit een stemmetje dat zegt dat ik elke dag de omgeving moet gaan bekijken en dingen moet gaan bezoeken. Maar eigenlijk vind ik dat onzin, dus heb ik besloten om de komende weken ook een paar dagen lekker rustigaan te gaan doen. Het leven is al druk genoeg als ik weer in Nederland kom. Dus lekker uitslapen, meestal tot 7 uur en overdag rustigaan doen.

Gister was echter weer een dag om aan het werk te gaan, want ik moest opweg naar Bali. Tijd dus om Lombok vaarwel te zeggen. Om 11 uur werd ik opgehaald door de shuttleservice. Voor 8 euro zou ik dan vervoer hebben van deur tot deur, inclusief de ferry. Het busje zat natuurlijk al zowat vol met collega toeristen. Ook het dak was rijkelijk voorzien van bagage. Ik kon nog naast een duits stel plaatsnemen op de achterbank, terwijl mijn tas ergens voorin gepropt was. Al met al niet een heel solide constructie. Want met 10 man in totaal en een grote lading bagage was elke hobbel goed te voelen. De chaffeur had dat in het begin nog niet zo door, waardoor de bagage halverwege van het dak dreigde te vallen. Dus moest hij snel het dak op met wat extra touwen. Was ik even blij dat mijn spullen daar niet lagen!

We hobbelden verder naar de haven waar we meteen de boot op konden lopen. Daar stikte het op het buitendek van de toeristen en ik heb daar nog een plekje kunnen vinden voor mijzelf en de tas naast een stel Fransen. Sterker nog, ik was omsingeld door Fransen! Waar komen ze ineens vandaan?! Het dek was verder bezaaid met mannetjes die eten en drinken verkochten alsof hun leven er vanaf hing. Hm, waarschijnlijk was dat ook zo. Maar ik had reeds in Sengiggi al ingeslagen dus kon geen gebruik maken van hun diensten. Zodra de scheepshoorn luidde verdwenen ze als sneeuw voor de zon, wachtend op het volgende schip.

Al een paar dagen wordt de omgeving geteisterd door harde wind en ook onderweg was dat goed merkbaar. Een stevige golfslag was het gevolg, maar gelukkig heb ik die goed doorstaan. Het uitzicht begon al vertrouwd te raken. Blauwe lucht, blauwe zee en een eiland met palmbomen en vulkanen. Ik betrapte mijzelf er op dat ik het al eigenlijk niet meer de moeite waard vond om mijn fototoestel uit de tas te pakken. Maar bij aankomst op Bali heb ik dat toch maar gedaan. Daar stond de machtige Gunung Agung namelijk in volle glorie met onder de top een wolkenring. Werkelijk prachtig. Heb er meteen drie foto’s van gemaakt. Twee met de camera en 1 met mijn telefoon. Ja, doe het dan maar meteen grondig.

Toen we de haven binnenliepen was het tijd om richting uitgang te gaan. Daar stond ik met al het andere voetvolk tussen de reeds rokende vrachtwagens en bussen in het ruim. Dat zijn van die momenten waarop je niet wilt weten hoe je in hemelsnaam snel van de boot af komt in geval van nood. Dat kan namelijk niet. En gezien de staat van de vloot zal een noodgeval niet echt een theoretisch gegeven zijn. Maargoed, alles verliep prima en terwijl ik het schip af liep kon ik zoeken naar een mannetje van de shuttleservice. Ik moest immers naar Chandidassa. Het mannetje was snel gevonden en met een grote groep liepen wij richting de busjes. Het waren weer een zelfde soort minibusjes als op Lombok waar iedereen in gepropt werd. Maar ik dus niet!!

Het gros van de toeristen slaat namelijk zuidwaards naar Kuta, zegmaar een Salau op Bali. Ik ging noordwaards naar Chandidassa. Samen met een meisje uit Engeland waren we de enigen en hadden we een jeep tot onze beschikking. Okay dan! Op verzoek van het meisje werden we afgezet bij een goedkoop hotel. En inderdaad, 3 1/2 euro per nacht is niet duur! Alleen was het ook niet echt schoon, waardoor ik vanochtend heb besloten om een beter hotel te gaan zoeken. Nu zit ik voor ongeveer 7 euro in Kelapa Bungalows (dus niet Mas Bungalows zoals ik eerder had geschreven) en dat is stukken beter! Het is schoon, rustig en comfortabel. De tuin met palmbomen grenst aan zee dus dat is ook helemaal prima. Toen ik zonet op mijn veranda zat met een fruitcocktail bedacht ik mij dat dit leven nog zo slecht niet was. Het Engelse meisje had net als ik niet zo comfortabel geslapen, maar om budgetaire redenen is zij daar toch maar gebleven.

Vandaag ga ik weer doorbrengen met het lezen van mijn boek en bedenken wat ik wil gaan zien in de omgeving. Ik geloof dat er vanmiddag een jongen langskomt die een brommer heeft, dus ik zal hem dan mijn programma voorleggen. Wellicht dat hij mij dan morgen door de omgeving kan rijden. Overmorgen moet ik even gaan zien hoe ik in Surabaya terecht kom. Daar wil ik namelijk dinsdag of woensdag aankomen. Met het vliegtuig lijkt de meest gemakkelijke optie, maar ik weet niet hoe duur dat zal zijn. De bus moet ik waarschijnlijk vanuit Denpassar regelen. Och, ik denk dat ik het morgen maar even aan de gids vraag. Zo gaat dat meestal. Je komt iemand tegen die er meer van weet en van het 1 komt dan het ander! Makkelijk toch?

De dagen in Sengiggi

In Sengiggi (Lombok) wordt ik al snel geconfronteerd met de ondernemersgeest van de bevolking. Terwijl ik uitgeput zat te wachten totdat mijn kamer in orde was werd ik naar de straat gewenkt door een man. Hij vroeg me of ik geinteresserd was in een tour of in het huren van een motor. Nee dankje, ik ben moe en ik heb geen rijbewijs. ‘Is okay, you only need helmet’ antwoordde hij. Ik vertelde hem dat mijn verzekering daar niet zo over zou denken. Een tour dan? Komop, ik wil alleen maar in bed liggen! Dus poeierde ik hem af met een ‘kom morgen maar terug, dan zal ik kijken of ik iets van je wil’.

En overal waar je gaat en staat in Sengiggi wordt je geroepen en wil men iets aan je verkopen. Transport, uitstapjes in de omgeving, horloges, boekenleggers, armbandjes, t-shirts, fruit, cd’s. Alles. En constant loop je dus te zeggen ‘No thank you’. Ik denk dat ik maar een shirt ga kopen waar dat al standaard op staat. Want het is niet echt relaxed om zo rond te lopen.

Maar uiteindelijk ben ik een restaurantje ingelopen om even wat Soto Ayam te eten. Daar raakte ik verzeild in een leuk gesprek met de ober. Omdat ik hem aardig vond vroeg ik hem of hij ook gidsde. En ja hoor, bingo. Kijk, dan kan ik mijn gids tenmiste zelf uitzoeken. We spraken af dat hij mij voor omgerekend 3,90 EU (!!!) de hele dag op een brommer door de omgeving rond zou rijden en naar allerlei trekpleisters mee zou nemen. En dan was de brandstof ook al meegerekend. Hm, ik heb dus ook maar zijn lunch en drinken betaald, anders weet ik niet waar die gast van moet leven.

De tour op de volgende dag was wel aardig. Hij bracht me inderdaad naar alle trekpleisters. Ik kon ze ’s avonds zo afstrepen in mijn Lonely Planet. En hij wist er flink wat over te vertellen. Maar op de 1 of andere manier boeien al die tempels steeds minder. Als je er een paar gezien hebt dan gaan ze allemaal op elkaar lijken. Het touren door de omgeving vond ik erg aangenaam. En het bezoek aan de replica van Gunung Rinjani (reeds sinds 1800 zoveel) was mooi. Ook nog even Mataram, de hoofdstad van Lombok in geweest, maar dat was niet zo inspirerend.

Het eiland is wel weer stukken netter vormgegeven dan Flores en Sumbawa. Brede wegen die goed aangelegd zijn bijvoorbeeld. En er is veel minder zwerfvuil te zien hier. Alleen is het dus zo jammer van die volhardende verkopers. Mijn hotel zit aan het strand. En zelfs als ik dan wat zit te eten komen ze nog allerlei zaken verkopen. Natuurlijk moeten zij ook eten, maar dit is volgens mij niet echt een goede manier om je waar aan te prijzen.

Overigens zie je ook hier weer dat het tourisme is ingestort. Sommige hotels zijn compleet verlaten en vervallen. Anderen zijn nog wel open, maar daar kun je zien dat er al lang geen groot onderhoud gedaan is. Ook de straten zijn niet echt met veel toeristen bevolkt. En ’s avonds zijn de restaurants altijd maar een beetje gevuld. Er is gewoon teveel capaciteit voor het huidige aantal bezoekers.

Ruig is het woord

Ja, nu ik het eerste eiland overgereden ben kan ik beginnen een tussenbalans op te maken. Wat vind ik nou van Flores? Het is een buitengewoon ruig eiland. Overal steile bergen met taaie begroeiing. En ook de mensen zijn ruig. Waar men op Java er nogal uitgebreide etiquette en ceremonieel op nahoudt in het dagelijks leven maakt men zich daar op Flores veel minder druk om. Deze mensen zijn nogal rechtoe-rechtaan. Op Java voel je je dus al snel een plork omdat je de meeste van hun manieren niet kent. Op Flores is dat veel minder. Maar de hoffelijkheid ontbreekt daar dus een beetje.

Ook de wegen zijn ruig. De hoofdweg die van oost naar west over het eiland loopt heeft sterk te lijden van de zware trucks die het eiland over rijden. Die voeren goederen aan vanuit Surabaya (!) en voedsel en specerijen weer terug. Deze zogenaamde cargotrains zijn niet echt gooed voor het wegdek. En dat is weer niet echt goed voor de weggebruikers. Gaten, hobbels of het volledig afwezig zijn van asfalt is geen uitzondering. Ook het feit dat er op Flores 1 internetcafé is en je dagen buiten bereik van telefoon kunt zijn draagt toch wel bij aan het ‘avontuurlijke’ karakter van het eiland.

Ik heb op het eiland geleden onder de sterke temperatuurswisseling. Als je meerdere keren van 30+ naar 15 graden gaat en weer terug, dan is dat niet echt goed voor je gezondheid. Het ruige karakter van het eiland maakt het wel heel heel heel erg mooi om te bekijken. De begroeiing is gevarieerd en de uitzichten zijn geweldig. De ene keer kijk je naar een valei met rijstvelden. De andere keer naar een bergmassief en even later doemt een gigantische vulkaan op uit de mist.

Het lijkt er wel op dat hoe verder je van Java verwijderd bent hoe minder geciviliceerd de samenleving in elkaar steekt. Open riolen en zwerfvuil zag ik in veel steden. Ook de markten waren een grote puinhoop van schillen, visafval en plastic. Maar men maalt er niet om, dus is het geen probleem. Ook zien de mensen er allemaal een beetje hetzelfde uit. Nou, dan doel ik op hun kleren. Die hebben namelijk allemaal de zelfde bruine sluier over de kleur heen, omdat de was veelal gedaan wordt in de rivier ter plaatse.

En nu ik het toch over de mensen heb. Zij waren meteen het meest interessante op het eiland. Qua uiterlijk lijken zij namelijk veel meer op aborigenals dan op aziaten. Hun hele grove gelaatstructuur is bijzonder om te zien. Helaas heb ik er geen foto’s van. Ook stikt het er van extreem kleine mensen en heb ik bovengemiddeld veel albino’s gezien. En allemaal waren ze even aardig.

Al met al was het dus een eiland wat ik niet had willen missen.

Uitputtend naar Lombok

Tussen Flores en Lombok ligt nog een eiland. Sumbawa. Vanuit de lucht zag het er allemaal nogal droog en saai uit en ook uit de literatuur bleek niet echt dat het heel erg de moeite waard was om veel tijd door te brengen. Dus heb ik besloten het eiland over te slaan. Mijn reis zou er als volgt uit gaan zien: om 8 uur ’s ochtends met de boot die dan op het eind van de middag op Sumbawa (in Sape) aankomt. Daar de bus pakken naar Bima, van waaruit de andere bus in de nacht het eiland doorkruist zodat ik de volgende ochtend de boot naar Lombok kan nemen. Vanaf de haven dan nog een uur of 3 met de bus naar Mataram en van daaruit vervoer regelen naar Sengiggi. Lijkt het een grote onderneming? Nou, dat was het ook.

Tijdens de boottrip natuurlijk weer veel bekijks en aanspraak. Alleen was het erg lastig dat men heel slecht engels spreekt. Ook stond de muziek erg hard, waardoor communicatie nog een stukje lastiger werd. Maar desondanks kon ik nog vrienden maken met mas Nicolas die opweg was naar Yogja. Tjee, en ik dacht dat ik een lange reis voor de boeg had. Achter mij zaten twee jonge dames die zich afvroegen waarom ik nog niet getrouwd was en tussendoor nog peilden of een van hun twee misschien tot de opties behoorden. Nou, nee dankjewel. Ik heb de bananaan die ze aanboden dan ook maar afgeslagen. Wieweet wat ze dan van je verwachten…

Sape zag er onwijs armoedig uit. Overal vieze kinderen in vieze kleren. Vieze straten vol met paardenkarretjes die roken naar paarden die net iets te lang in de tropische zon hadden gestaan. Ook de huizen zagen er niet al te best uit. Bedelaars completeerden het plaatje. Mijn bus naar Bima was echter snel gevonden. Ik naar binnen en mijn tas het dak op. Ow, als dat maar goed gaat. Maar zoals eignlijk altijd in dit land komt dat inderdaad uiteindelijk allemaal goed. Snel naar Bima dus. Daar kwam ik weer op een chaotisch busstation alwaar de bus naar Lombok al klaar stond. Alleen bleek mijn stoel dubbel geboekt te zijn! Heb ik dat?! Maar gelukkig was mas Nicolas daar weer die even kon bemiddelen en ook dit was weer snel opgelost. No problem! De nachtelijke busrit zelf was erg oncomfortabel. In principe was de stoel okay, maar de armsteun ontbrak, waardoor ik op moest passen dat ik niet uit mn stoel viel en in het gangpad terecht kwam. Daarbij kwam dat de wegen op Sumbawa ook geen schoonheidsprijs verdienen. Maar daar maalde de chauffeur niet zo om, dus scheurde hij de hele nacht keihard over de slechte bergweggetjes met onze 10-tonner touringcar. ’s Nachts om twee uur stopten we bij een restaurantje waar iedereen even uit kon puffen en sommigen ook hun maaginhoud even kwijt moesten. Niet iedeereen kon dus even goed overweg met de rijstijl. En ineens vond ik mezelf midden in de nacht achter een bord bami met kip. We hadden immers nog niet gegeten. Zo goed en zo kwaad als het ging een half bordje opgegeten en weer met z’n allen de bus in voor het vervolg van de rit. Intussen waren er meer mensen aan boord gekomen. Die moesten in het gangpad zitten, waardoor ik weer geen plek had om mijn benen neer te leggen. Al met al een erg lastige positie om te slapen…

Het stuk over Lombok zelf vanaf de boot vond plaats bij daglicht en ik werd dan ook een beetje wakker. Lombok zag er veel beter verzorgd uit dat Flores en Sumbawa. Eenmaal aangekomen in Matram stapte ik uit op het grote busstation. Van daaruit moest ik met lokaal transport naar het Ampenan busstation. Maar jan en alleman probeerde mij mee te krijgen in chartervervoer of op de motor (‘motorbike is more fun! your bag will come later!’ …right…). Ik ga dus gewoon met een publieke bemo! Na mij door de horde heen geworsteld te hebben kwam ik uiteindelijk bij de bemo’s terecht en werd ik bij Ampenan afgezet. Daar kon ik meteen overstappen op een andere bemo die mij voor het hotel dropte. Na 26 uur reizen had ik mijn bestemming bereikt en ik was zowat rijp voor opname in een instituut met zachte wanden en begrijpende zusters…

Een dagje weelde

Na een overheerlijk ontbijt (er was zelfs watermeloen!) besluit ik om het strand te gaan bekijken. Vanuit het hotel kan je daar via een pad gemakkelijk komen. Glimmend van de factor 30 en met een stapeltje leervoer en water sleterde ik richting strand. Er lag voornamlijk dood en taai gras en het zandgedeelte lag bezaaid met hout en andere troepjes. In het gras lag een grote boomstronk die ik benutte als zitplek. Het uitzicht vanaf de stronk was best. Een zee met zandbanken, rotseilanden en mooie vogels in de lucht en op de zandbanken op zoek naar eten. Maar na een minuut of 40 was ik wel klaar met het strand want een legertje kleine mieren was begonnen om aan mijn benen te knabbelen. Ik heb mij toen maar teruggetrokken in het zwembad bij het hotel wat heerlijk verkoelend was.

Die middag sprak ik in het hotel nog een vers italiaans echtpaar. Vooral de jongedame was erg goed met talen. Zowel Indonesisch als Engels gingen haar moeiteloos af. Niet echt iets wat je verwacht van een Italiaanse. Maar ze kwam uit een diplomatengezin ofzo en had zodoende een deel van haar jeugd in Jakarta doorgebracht. Altijd handig. Ze gaf me wat tips over interessante plekken op Lombok, mijn volgende bestemming. Dat kwam goed uit, want ik had eingenlijk nog geen flauw idee wat ik daar ging doen. Ze raadde me aan om vanuit Sengiggi (aan de Westzijde van het eiland) de boel te gaan bekijken. Nou, laat ik dat dan maar gaan doen. Op deze wijze komen mijn plannen dus meestal tot stand. Een beetje toeval, een beetje Lonely Planet en een beetje waar ik op dat moment zin in heb en wat niet al te veel moeite is om voor elkaar te krijgen. Zij stonden op het punt om naar het volgende luxe resort te varen. Ik ging vast mijn spullen pakken voor de aanstaande busreis… Verschil moet er zijn.

Ik heb besloten om niet naar Komodo te gaan. Het is vrij kostbaar om dat in je eentje te regelen en eigenlijk ook een beetje saai. Daarbij komt dat ik mij in die dagen nog steeds absoluut niet fit voelde en dus ook weinig zin had om twee dagen op een klein bootje te gaan zitten. Och, nu heb ik nog iets voor een volgend bezoekje… Dan kan ik ook meteen gaan duiken en snorkelen enzo. Dat zijn toch zaken die leuker zijn met z’n tweeen denk ik.

Mijn luxe hotel

Ik had besloten om mijzelf een goed hotel kado te doen voor mijn verjaardag. In de bergdorpen waren die niet echt voor handen, maar in Labuanbajo zit er wel een. De Komodo Eco Lodge was zo ongeveer het duurste en beste hotel van Flores zijn. Nou, doe mij daar dan maar twee nachten! Het ligt 3 kilometer buiten de stad en je moet een nogal hobbelig stenenpad over om er te komen. Vanuit mijn kamer had ik zicht op de zon die onderging in de zee. Niet verkeerd! De vkier van de ruime badkamer was belegd met de stenen van blue-stone beach. Altijd leuk zo’n lokaal detail. Maar het mooiste van alles was de douche. Daar kwam namelijk warm water uit! Hoera! Twee nachten in deze weelde zouden mijn grieperigheid wel doen verdwijnen. Het is toch verrassend hoe blij je kunt zijn met een warme douche.

Al met al was het uitrustingsniveau vrij standaard, maar voor Flores-begrippen was het grote luxe. Lekker de ruimte, lekker stil. Overdag zelfs zo stil dat er nergens personeel te bekennen was. De bar was dan ook zelfservice. Alleen even een krabbeltje zetten bij je kamernummer op de lijst in het keukentje en je kon de koelkast plunderen. Wat een vertrouwen heeft men hier in de rijken der aarde. Twee nachten is namelijk al best duur. Hierna is het voor deze jongen weer terug naar de shabby-klasse met koude mandi en muffe kamers.

Later die avond nam Dino mij mee naar een restaurant met overheerlijke vis. Helaas heb ik al sinds mijn vertrek uit Maumere (nu dus al een week geleden) een zeer matige eetlust, waardoor ik al een tijdje weinig eet. Dus de overheerlijke ‘snapper hot-plate’ kreeg ik ook niet helemaal op. Het wordt trouwens wel tijd dat ik weer wat meer ga eten want de broeken beginnen een beetje van mijn kont af te zakken. Na voor de derde keer de warme douche te hebben gebruikt heb ik mij ’s avonds lekker opgerold in de geurige schone lakens. Wat kan het leven toch fijn zijn. Alleen jammer dat het een beetje duur is.

Tripdag 3 – Het verhaal

Het was Dino dus niet gelukt om brandstof te krijgen maar gelukkig hadden we een reservetank van 35 liter meegenomen die we nu konden gebruiken. Daarmee konden we het redden tot onze eindbestemming Labuanbajo op de westpunt van Flores. We gingen wederom in alle vroegte op pad voor een tocht die rook naar kruidnagel, koffiebonen, tropische planten en houtvuurtjes. Onderwerg zijn we gestopt bij een arkakmakerij. Jeweetwel, het lokale palmdestilaat. Daar kon ik zien hoe met behulp van aardenwerken potten, een lange buis en een jerrycan een destileer-installatie gemaakt was. Erg ingenieus moet ik zeggen. En ook erg effectief. Dus ik zat al om half negen ’s ochtends aan de arak. Je moet immers toch even proeven! Zo, da’s wel even heftig wakker worden kan ik je vertellen. Later die middag zijn we nog gestopt bij een gebied waarin alle rijstvelden in een soort van spinnenwebvorm gerangschikt waren. Elk web was een samenwerkingsverband van een aantal families. En ieder partje van het web was weer per gezin van een familie onderverdeeld. Iedereen hielp elkaar, waardoor het gemakkelijker werd om het land te onderhouden.

Tijdens de autorit had ik nog een interessant gesprek met Dino. We kwamen namelijk een minibus met toeristen tegen en hij vertelde mij dat die waarschijnlijk afkomstig waren van Oad, Boer en Wendel of Djoser of iets dergelijks. In krappe tijden gidst hij deze gezelschappen ook wel eens. En toen bleek dus dat, ongeacht welke touroperator je kiest, het programma altijd het zelfde is! En ik maar denken dat je bij Djoser een veel meer cultureel tripje voorgeschoteld kreeg dan bij bijvoorbeeld Oad… Niet dus. Ik ben dan eigenlijk ook wel benieuwd of er nog grote verschillen in de prijsstelling zitten.

Langs de hele route stikt het trouwens van de kinderen. Rond elk huisje zie je er wel een paar rondscharrelen en spelen. Ik hield soms mijn hart vast als we met de wagen door een dorpje reden aangezien het asfalt een geliefde hang- en speelplek is. Maar we hebben onderweg niemand geraakt gelukkig. Ze zijn allemaal erg nieuwsgierig en enthousiast als ze een blanke zien. Dan schreeuwen ze ‘Hello mister!’ (zowel tegen mannen als vrouwen) en ‘Foto mister!’. Zeker in dit digitale tijdperk is het direct te zien hoe ze op de foto staan. Maar hieraan merk je dus ook dat er momenteel niet zoveel toeristen naar Flores komen. Zo stonden er vroeger bij het uitzichtpunt bij de drie gekleurde meren ’s ochtends ongeveer 100 mensen. Nu waren het er amper 20. Iemand vertelde mij dat het eingelijk sinds 1999 alleen maar minder is geworden door de economische crisis, politieke onrust en het terrorisme. Ik vraag me af wat het volgende zal zijn.

Op het eind van de middag werd ik afgezet bij het hotel wat Dino vast voor mij gereserveerd had. Labuanbadjo is namelijk een van de weinige plekken waar het erg druk met buitenlanders is omdat het een springplank is naar Komodo-eiland.

Tripdag 2 – Verjaardag!

Biep biep! Het is 4 uur ’s ochtends en het is tijd om op te staan. Wie staat er op zijn verjaardag nou om 4 uur op?! Ja ik dus om met twee engelsen de zonsopgang te zien bij de drie gekleurde meren op 1600m hoogte. Nog kouder! Dit zijn drie kratermeren bij elkaar die allen een andere kleur hebben. Het kostte een rit van een uur met aansluitend een 20 minuten durende steile klim om er te komen. Om 5 uur ’s ochtends zonder broodje en koffie op 1600m even een klim maken is nog best inspannend!

De zonsopgang was echter onwijs mooi. Hijl bijzonder om te zien hoe ze elk hun eigen kleur hebben. Torqoise, zwart en chocoladebruin waren ze. Over de oorzaak wordt nog altijd in het duister getast door de wetenschap. Althans, zo gaat het verhaal. De meren zijn namelijk nogal in mythes gehuld en ik vermoed dat die door de toerisme-industrie ook graag in stand gehouden worden. De zwafelstank van het laatste meer was overigens vreselijk. De overige twee waren prima. Na dit spektakel gingen we snel weer terug voor een pannekoek, wat fruit en het zeer welkome kopje koffie. Nog even de tas inpakken en hop, in de auto voor de volgende etappe naar Bajawa. Doei! Groezelig hotel! Het was er namelijk niet echt spik en span met muffe lakens enzo. Daarom was ik ook wat terughoudend om tijdens die koude nacht onder de dikke deken te kruipen. Wie weet wat voor beestjes er allemaal in wonen!

Wederom beleefden we een rit met prachtige uitzichten en verrassingen. Onderweg hadden we nog twee stopes. De eerste bij bluestone beach. Weer op zeeniveau, dus weer bloedje heet! En de naam zegt het al, het strand ligt bezaaid met blauwe / turquoise stenen. Echt heel bizar om te zien. Deze stenen worden voornamelijk geëxporteerd naar Japan. Een beetje rondlopen, foto maken en snel naar de volgende stop. Nou, dat ging dus niet zo snel. Hier en daar zijn namelijk bruggen weggeslagen in het regenseizoen. Dan moet je met de auto een omweggetje maken door de inmiddels droggevallen rivier. Je gaat dan dus eerst een steile, hobbelige en zanderige helling af, rijdt door een soortgelijke bedding en kan vervolgens hetzelfde verhaal weer omhoog gaan afleggen. Niet geheel zonder risico dus.

Bij één van de plekken was er namlijk een vrachtwagen omgevallen in de bedding met een lange file tot gevolg. En wij konden aansluiten bij de rij die er al twee uur stond. Shit. Maar slechts 10 minuten later hoorden we een groot gejuich opstijgen van voorin de rij. Met 100 man en staalkabels hadden ze de truck overeind gekregen en kon de wagen uit de bedding komen. Hoera! Gelukkig maar, want de bergweggetjes op Flores zijn veel te klein voor een hijskraan!

De volgende stop was bij een traditioneel dorpje waarvan ik de naam helaas al vergeten ben. Maar Dino kon goed uitleggen wat alle symboliek betekende en zo kwam het voor ons allemaal mooi tot leven. Bij aankomst ’s avonds in Bajawa was ik inmiddels volkomen uitgeput van alle indrukken. Maar ook doordat ik al twee nachten slecht geslapen had. Dus voor het eten even rusten terwijl Dino ging proberen te tanken. Twee uur later werd ik wakker met een koortsig gevoel en had Dino geen brandstof kunnen krijgen. Het was weer op. In het restaurant waren we de enigen, omdat dat de eigenaar problemen had met de watervoorziening. Tjeempie, het eiland maakt zo langzamerhand wel een houtje-touwtje indruk! En na het eten kon ik beginnen aan wat de derde slechte nacht ging worden. Ergens in de buurt was namelijk een feest met harde muziek tot vroeg in de ochtend. Grrrr…. De volgende ochtend voelde ik mij dus geheel niet zo loco meer helaas. Maar de reis ging natuurlijk door.