Wie ben ik?!

Door te weten hoe anderen je zien leer je iets over jezelf. Dus hoe ziet men mij hier? Nou, dat is nog niet zo eenvoudig. Wat betreft mijn uiterlijk lopen de vermoedens een beetje uiteen. Iets Indonesisch met nog iets anders hoor ik vaak. Al meerdere malen zei men ‘Your hair like Indonesian!’. Dat zit dus wel goed. Maar ook ben ik nog benoemd als Spaans, Italiaans en Frans, terwijl Nederlands er nooit bij zat! Overigens zijn mijn Indonesische tweede naam en achternaam vaak wel een ijsbreker bij de lokale mensen. Vaak noemen ze mij dan ook bij 1 van die namen, in plaats van gewoon Robin. Ik vind het allemaal best.

Qua leeftijd ben ik de afgelopen weken tussen de 21 en 23 jaar geschat. Thuis komt dat ook wel voor, maar ik dacht altijd dat mijn klein postuur er iets mee te maken had. Maar hier ben ik minstens even lang als de rest, dus dat kan het ook niet zijn. Vooralsnog weet ik nog steeds niet waarom mij 5 a 6 jaar jonger schat. Wie het weet mag het zeggen! Toen ik de vorige week voor de zoveelste keer op 23 geschat werd begon ik uiteindelijk zelf te twijfelen aan mijn leeftijd. Maar mijn paspoort zei toch dat ik 28 ben.

En dan is er tenslotte nog mijn ondefinieerbaar accent. Engelsen en Australiers kunnen niet horen waar ik nou eigenlijk vandaan kom. Ze denken eerst USA (lekker dan), maar dan toch weer niet (gelukkig). Een veelgehoorde opmerking is ‘Hm, you don’t sound Dutch…’. Overigens denk en droom ik ook in het Engels na al de weken in die taal praten en kranten lezen enzo.

Dus uiteindelijk ben ik een deels Indonesische jongen van een jaar of 23 ergens uit Zuid-Europa ofzo? Bottom line is dus dat je hier kunt zijn wie je wil, want ze weten nooit goed te bepalen waar je eigelijk vandaan komt! Ik houdt het maar gewoon op mezelf. Wel zo gemakkelijk.

De belevenissen in Sanur

Vanochtend ben ik door iemand van de homestay naar Denpasar gebracht om voor morgen een ticket naar Surabaya te kopen. Hij vertelde mij dat het down town goedkoper was dan in het toeristische Sanur zelf. En ik vermoed dat hij gelijk heeft, want voor 30 eu vlieg ik morgenochtend naar Surabaya. Ik kwam er echter wel net achter dat mijn naam niet helemaal correct op het ticket staat, dus ik moet morgen nog wel even vriendelijk glimlachen bij het inchecken.

Gister ben ik nog even op en neer over het strand gelopen, maar daar word je gevolgd door mensen die graag willen dat je hun winkeltje bezoekt. Daar heb ik dus geen zin in want ik ga toch niets kopen. Dan is het dus vrij vervelend als mensen vijf minuten met je meelopen, een gesprek uitlokken en dan op het eind een beetje verontwaardigd zijn dat je na al die ‘bonding’ niet met ze meegaat om even te kijken. Overigens ligt het strand er prima bij. Je kunt echt zien dat ze er veel geld en moeite in hebben gestoken om van Sanur een soor upclass alternatief voor Kuta te maken. En in het kader van upperclass leven heb ik mezelf maar de eerste Bintang gegund gister! Lekker hoor…!

En op straat heb ik het nog altijd druk met het afwijzen van mensen die ‘Transport mister?’ roepen. Opzich geen probleem, want je zegt gewoon vriendelijk ‘No thank you’. Maar het wordt wat lastiger als ze aan je vragen waar je vandaan komt, hoe je heet en dat soort dingen. Dan kun je ze met enig fatsoen dus niet negeren en moet je wel antwoorden. Immers, je moet dat zelfde stuk later ook nog gewoon terug kunnen lopen… Maar inmiddels heb ik wel geleerd om dit soort gesprekjes vriendelijk glimlachend snel af te kappen.

Overigens wordt ik de laatste dagen minder vaak door mensen gevraagd om hun restaurant in te komen. Vooral de wat duurdere. Zou het komen doordat ik hier in t-shits rondloop die nog uit mijn Havo-tijd stammen en omdat ik mij niet zo enthousiast scheer? Ik loop er dus wel een beetje bij als een zwerver hier. Nog een weekje en dan mag ik mijn nette pak weer aan en een das om.

Sanur. Wat te doen hier?

Ja, daar ben ik dan na een rit van drie uurtjes dwars over Bali. Sanur is een soort van badplaats waar verder niet veel te doen is geloof ik. Vier jaar geleden was ik hier ook al en wist ik ook niet zo goed wat te doen. Maar nu ben ik er zodat ik morgen een ticket naar Surabaya kan regelen en omdat ik hier dichtbij het vliegveld zit. Chandidassa was toch net iets te ver om op tijd op het vliegveld te kunnen zijn.

De rit hierheen was erg leuk. Toen ik de bus ging boeken zei iemand dat hij mij met zijn auto veel sneller kon brengen dan de bus. Maar ik heb veel tijd en niet zoveel geld meer, dus koos ik maar voor de bus. De machtige vulkaan Gunung Agung was vandaag vrij van wolken dus goed te zien. Ook ben ik nog even in het kunstenaarsdorp Ubud geweest. Altijd toch weer leuk om te zien hoe de handycraft industrie daar bloeit.

Ik zit nu in Coca’s homestay voor 4 1/2 euro per nacht, inclusief ontbijt. Vier jaar geleden zat ik in de zelfde tent en gelukkig is het er nog steeds erg gezellig. Vandaag kan ik dus niets anders doen dan het strand even opzoeken en ondertussen verkopers van allerhande rotzooi ontwijken of beleefd afwijzen. Ook ga ik nog even opzoek naar de achterafmarkt waar ik de vorige keer zo heerlijk heb gegeten.

De overpijnzingen

Een nieuw eiland brengt altijd weer een nieuwe sfeer. Het landschap, de mensen, de geuren. Ze zijn overal weer anders. Hier in Zuid-Oost Bali bevalt het mij prima. Tijdens mij vorige trip werd ik op dit eiland helemaal gek van de overweldigende toerisme-industrie, maar op dit deel van het eiland is het allemaal heel relaxed. Ook de omgeving is prachtig. Het groen van alle tropische bomen en planten is overal aanwezig.

Ik vind het heerlijk om afwisselend in de palmentuin & aan zee lekker te mijmeren of een praatje te maken met het personeel en gasten. Zo is er de jongen die elke ochtend mijn kamer schoonmaakt. Hij is 23 jaar en werkt hier al vanaf zijn zestiende zonder ooit vakantie gehad te hebben. Het verste wat hij ookt gereisd heeft is naar Ubud, een plaats drie uur verderop. In zijn 23 jaar is hij dus nog nooit van dit eiland geweest!

Ik vraag mij af wat dat betekent voor zijn blik op de rest van de wijde wereld. Die moet voor veel mensen hier vrij beperkt zijn want de TV zend voornamelijk soaps en zelfgecensureerd nieuws uit en internet is nog voor weinig mensen betaalbaar. Toegang krijgen tot objectieve media is dus lastig, aangezien ook de kranten zelfcensuur toepassen. Maar aan de andere kant: hoe wereldwijd en kritisch is de blik van de hordes ‘gemiddelde nederlanders’ die zich voornamelijk druk maken over GTST, wat nu weer te kopen bij Xenos en waarom de buurman wél een plasma-TV heeft?

Hier maakt men zich sowieso niet zo snel druk. Het enige waar iedereen zich zorgen over maakt zijn de brandstofprijzen die binnenkort met 30 tot 60% gaan stijgen. Dit zal uiteindelijk leiden tot een gigantische inflatie, terwijl de inkomens niet stijgen Kijk, dan ga je je dus wel ernstig zorgen maken over je levensonderhoud! Of het feit dat bijvoorbeeld de ouders van Lia, Dennis en Oppi niet altijd genoeg gezond eten maken, waardoor opgroeiende kinderen regelmatig ziek zijn en minder goed kunnen leren. Een waardevol opgroeiend brein kan zich dus niet volledig ontplooien. Dat zijn pas zaken om je druk over te maken. Dat doe ik dus ook, maar kan er helaas weinig mee doen.

Met nog een week vakantie voor de boeg probeer ik te bedenken wat ik zal gaan missen. Het feit dat je het hier vrijwel nooit koud hebt en nooit een jas aan hoeft is zoiets. de grenzeloze vriendelijkheid van vreemden zal ik ook missen. Je bent een vriend totdat het tegendeel bewezen is. Da’s thuis wel anders. Geen praatjes meer op straat of in de bus. Men zal in Nederland toch vreemd opkijken als ik bij Albert Heijn aan het kassameisje vraag hoe oud ze is, of ze al getrouwd is en wat ze later wil worden. Hoewel, misschien de moeite van het proberen waard!

Ik vind het ook leuk dat men altijd bang is dat je niet genoeg eet. Zo kwam ik gisteravond in een winkel een meisje uit de buurt tegen en het eerste wat ze zei was:”Hallo, heb je al gegeten?” Kijk, dat is pas een goede openingszin! Ook in Yogja was dat een veel gehoorde vraag. Eerst zorgen dat je gegeten en gedronken hebt, daarna komt de rest wel. En dat brengt mij op het volgende punt. De ongelovelijke dienstbaarheid die men hier voor je over heeft. Op Java en bali is dat nog het sterkst. Verder oostwaards ben je toch wat meer op jezelf aangewezen. Maar je voelt je hier soms zelfs een beetje ongemakkelijk als je ziet hoe hoffelijk je hier behandeld wordt.

Wel kijk ik er naaruit om de comforts van mijn eigen huis weer te hebben. En toen ik vanochtend bij ontbijt sms-jes kreeg vanuit diverse kroegen in mijn home town verlangde ik toch ook wel heel erg naar hte gezelschap van vrienden en familie. Bierproeven zonder mij?!!! Mijn laatste biertje heb ik op 12 augustus gedronken, dus ik ben wel toe aan een avondje ‘pinten met vrinden’.

Nederland maakt van hieruit toch wel een soort van voorverpakte indruk. Alles is netjes aan kant. Goede wegen, geen open riool en geen huisjes van golfplaat kris-kras door het land. Ook lopen er in de stad geen kippen en geiten over straat en kun je niet zomaar ergens fruit plukken van een boom. Dat gebeurt in Nederland allemaal achter de schermen van het boeren bedrijf. Hier in Indonesië staat men veel dichter bij de natuur, maar toch springt met er vrij onzorgvuldig mee om. Veel zwerfvuil, open vuurtjes om dat te verbranden, weinig zorg voor natuurbehoud en uitlaten waar dikke zwarte rook uit komt.

Al met al zal ik dus dingen gaan missen, maar andere zaken in Nederland weer meer gaan waarderen. Over een week kom ik een aantal kilo’s lichter, een heel klein tintje bruiner en vele ervaringen rijker weer thuis.

Sightseeing rond Chandidassa (Bali)

Het was vandaag een mooie dag om de toerist uit te hangen. Aangezien ik gister helemaal niks had uitgevoerd wilde ik vandaag wel iets zien van de omgeving. Dus had ik een auto met chauffeur gehuurd om mij de omgeving even te laten zien. Een reuze gezellige man met als hobby ‘webdesigner’. Hij had het nieuwste van het nieuwste, alleen ondervond hij nogal wat beperkingen van zijn 50k modem. Ja, dat schiet niet echt op als je frontpage wilt downloaden…

Maargoed, we kwamen voor de omgeving. Als eerste ben ik naar het plaatsje Tenganan gegaan. Daar wonen de zegmaar ‘originele’ bewoners van Bali sinds de grijze oudheid. Ze hebben zicht daar intussen gespecialiseerd in rijstbouw en het weven van Ikat. Dat is een weeftechtniek waarbij eerst de draden worden geverfd en daarna pas in de juiste volgorde aan elkaar geweven. Erg arbeidsintensief, dus ook erg duur. Maar wel mooi. Natuurlijk werd er alle gelegenheid geboden om het te kopen, maar dat heb ik niet gedaan. In plaats daarvan heb ik mij laten verleiden tot iets leuks voor in mijn nieuwe huis.

Daarna zijn we naar het Ujung waterpaleis gegaan. Gemaakt aan het begin van de vorige eeuw door een lokale prins die gek was op water. Het wordt nu gerestaureerd en zag er vanaf een heuveltop werkelijk prachtig uit! Dat vond de prins zelf waarschijnlijk ook, want hogerop de berg heeft hij nog een waterpaleis laten bouwen. En deze was eveneens zeer de moeite waard met daarbij ook nog mooie uitzichten over de rijstvelden. Helaas was het wat wisselend bewolkt vandaag, dus ik weet niet of de foto’s wel mooi zijn geworden. We zullen zien.

Na al dat waterplezier heb ik nog een echt paleis bezocht wat tot voor kort bewoond werd door de lokale royalty. Het leukste vond ik nog de oude foto’s met familieportretten die overal hingen, met hier en daar een oververhitte koloniale bestuurder naast de royalty. De hele trip was eigenlijk over voordat ik het wist en om 2 uur vanmiddag zat ik weer in mijn palmentuin op de veranda. Ik moest nog lunchen, mijn was ophalen en wat boodschapjes doen dus daar heb ik de middag maar mee doorgebracht.

En het periodieke praatje met mijn hollandse buren hoorde er natuurlijk ook bij. Een erg gezellige man-vrouw-dochtercombinatie. Zonet nog even de zon onder zien gaan vanaf het strandje wat aan de palmentuin grenst en nu wordt het al weer tijd voor eten! Waar blijft de tijd toch?! Morgen ga ik mijn boek uitlezen en kijken of ik deze kan verpatsen aan de lokale boekwinkel. Verder moet ik nog even vervoer regelen naar Sanur. Daar ga ik namelijk zondag heen, zodat ik maandag een ticket kan kopen om op Java te komen.

Wellicht dat ik in Sanur ook wat meer tijd heb om jullie te bestoken met wat cultureel-filosofische overpeinzingen. Maar hier is het internetgebruik reteduur, dus moet ik het even beperken tot de dagelijkse feitjes helaas. En anders moet het wachten tot in Surabaya. Daar hoop ik rond 6 september aan te komen. Morgen is dus een van de laatste dagen dat ik ongestraft op mijn luie gat kan zitten. Dus dat is ook precies wat ik ga doen! Lekker chillen in de palmentuin! Al jaroers?

Op naar Bali

Ik heb de laatste dag op Lombok gebruikt om lekker te lanterfanten. In een bookshop heb ik een leuk boek gekocht over Australië en in de supermarkt heb ik chips en een krant gekocht. Ik kom de dag dus wel door zo. Ergens in mijn achterhoofd zit een stemmetje dat zegt dat ik elke dag de omgeving moet gaan bekijken en dingen moet gaan bezoeken. Maar eigenlijk vind ik dat onzin, dus heb ik besloten om de komende weken ook een paar dagen lekker rustigaan te gaan doen. Het leven is al druk genoeg als ik weer in Nederland kom. Dus lekker uitslapen, meestal tot 7 uur en overdag rustigaan doen.

Gister was echter weer een dag om aan het werk te gaan, want ik moest opweg naar Bali. Tijd dus om Lombok vaarwel te zeggen. Om 11 uur werd ik opgehaald door de shuttleservice. Voor 8 euro zou ik dan vervoer hebben van deur tot deur, inclusief de ferry. Het busje zat natuurlijk al zowat vol met collega toeristen. Ook het dak was rijkelijk voorzien van bagage. Ik kon nog naast een duits stel plaatsnemen op de achterbank, terwijl mijn tas ergens voorin gepropt was. Al met al niet een heel solide constructie. Want met 10 man in totaal en een grote lading bagage was elke hobbel goed te voelen. De chaffeur had dat in het begin nog niet zo door, waardoor de bagage halverwege van het dak dreigde te vallen. Dus moest hij snel het dak op met wat extra touwen. Was ik even blij dat mijn spullen daar niet lagen!

We hobbelden verder naar de haven waar we meteen de boot op konden lopen. Daar stikte het op het buitendek van de toeristen en ik heb daar nog een plekje kunnen vinden voor mijzelf en de tas naast een stel Fransen. Sterker nog, ik was omsingeld door Fransen! Waar komen ze ineens vandaan?! Het dek was verder bezaaid met mannetjes die eten en drinken verkochten alsof hun leven er vanaf hing. Hm, waarschijnlijk was dat ook zo. Maar ik had reeds in Sengiggi al ingeslagen dus kon geen gebruik maken van hun diensten. Zodra de scheepshoorn luidde verdwenen ze als sneeuw voor de zon, wachtend op het volgende schip.

Al een paar dagen wordt de omgeving geteisterd door harde wind en ook onderweg was dat goed merkbaar. Een stevige golfslag was het gevolg, maar gelukkig heb ik die goed doorstaan. Het uitzicht begon al vertrouwd te raken. Blauwe lucht, blauwe zee en een eiland met palmbomen en vulkanen. Ik betrapte mijzelf er op dat ik het al eigenlijk niet meer de moeite waard vond om mijn fototoestel uit de tas te pakken. Maar bij aankomst op Bali heb ik dat toch maar gedaan. Daar stond de machtige Gunung Agung namelijk in volle glorie met onder de top een wolkenring. Werkelijk prachtig. Heb er meteen drie foto’s van gemaakt. Twee met de camera en 1 met mijn telefoon. Ja, doe het dan maar meteen grondig.

Toen we de haven binnenliepen was het tijd om richting uitgang te gaan. Daar stond ik met al het andere voetvolk tussen de reeds rokende vrachtwagens en bussen in het ruim. Dat zijn van die momenten waarop je niet wilt weten hoe je in hemelsnaam snel van de boot af komt in geval van nood. Dat kan namelijk niet. En gezien de staat van de vloot zal een noodgeval niet echt een theoretisch gegeven zijn. Maargoed, alles verliep prima en terwijl ik het schip af liep kon ik zoeken naar een mannetje van de shuttleservice. Ik moest immers naar Chandidassa. Het mannetje was snel gevonden en met een grote groep liepen wij richting de busjes. Het waren weer een zelfde soort minibusjes als op Lombok waar iedereen in gepropt werd. Maar ik dus niet!!

Het gros van de toeristen slaat namelijk zuidwaards naar Kuta, zegmaar een Salau op Bali. Ik ging noordwaards naar Chandidassa. Samen met een meisje uit Engeland waren we de enigen en hadden we een jeep tot onze beschikking. Okay dan! Op verzoek van het meisje werden we afgezet bij een goedkoop hotel. En inderdaad, 3 1/2 euro per nacht is niet duur! Alleen was het ook niet echt schoon, waardoor ik vanochtend heb besloten om een beter hotel te gaan zoeken. Nu zit ik voor ongeveer 7 euro in Kelapa Bungalows (dus niet Mas Bungalows zoals ik eerder had geschreven) en dat is stukken beter! Het is schoon, rustig en comfortabel. De tuin met palmbomen grenst aan zee dus dat is ook helemaal prima. Toen ik zonet op mijn veranda zat met een fruitcocktail bedacht ik mij dat dit leven nog zo slecht niet was. Het Engelse meisje had net als ik niet zo comfortabel geslapen, maar om budgetaire redenen is zij daar toch maar gebleven.

Vandaag ga ik weer doorbrengen met het lezen van mijn boek en bedenken wat ik wil gaan zien in de omgeving. Ik geloof dat er vanmiddag een jongen langskomt die een brommer heeft, dus ik zal hem dan mijn programma voorleggen. Wellicht dat hij mij dan morgen door de omgeving kan rijden. Overmorgen moet ik even gaan zien hoe ik in Surabaya terecht kom. Daar wil ik namelijk dinsdag of woensdag aankomen. Met het vliegtuig lijkt de meest gemakkelijke optie, maar ik weet niet hoe duur dat zal zijn. De bus moet ik waarschijnlijk vanuit Denpassar regelen. Och, ik denk dat ik het morgen maar even aan de gids vraag. Zo gaat dat meestal. Je komt iemand tegen die er meer van weet en van het 1 komt dan het ander! Makkelijk toch?

De dagen in Sengiggi

In Sengiggi (Lombok) wordt ik al snel geconfronteerd met de ondernemersgeest van de bevolking. Terwijl ik uitgeput zat te wachten totdat mijn kamer in orde was werd ik naar de straat gewenkt door een man. Hij vroeg me of ik geinteresserd was in een tour of in het huren van een motor. Nee dankje, ik ben moe en ik heb geen rijbewijs. ‘Is okay, you only need helmet’ antwoordde hij. Ik vertelde hem dat mijn verzekering daar niet zo over zou denken. Een tour dan? Komop, ik wil alleen maar in bed liggen! Dus poeierde ik hem af met een ‘kom morgen maar terug, dan zal ik kijken of ik iets van je wil’.

En overal waar je gaat en staat in Sengiggi wordt je geroepen en wil men iets aan je verkopen. Transport, uitstapjes in de omgeving, horloges, boekenleggers, armbandjes, t-shirts, fruit, cd’s. Alles. En constant loop je dus te zeggen ‘No thank you’. Ik denk dat ik maar een shirt ga kopen waar dat al standaard op staat. Want het is niet echt relaxed om zo rond te lopen.

Maar uiteindelijk ben ik een restaurantje ingelopen om even wat Soto Ayam te eten. Daar raakte ik verzeild in een leuk gesprek met de ober. Omdat ik hem aardig vond vroeg ik hem of hij ook gidsde. En ja hoor, bingo. Kijk, dan kan ik mijn gids tenmiste zelf uitzoeken. We spraken af dat hij mij voor omgerekend 3,90 EU (!!!) de hele dag op een brommer door de omgeving rond zou rijden en naar allerlei trekpleisters mee zou nemen. En dan was de brandstof ook al meegerekend. Hm, ik heb dus ook maar zijn lunch en drinken betaald, anders weet ik niet waar die gast van moet leven.

De tour op de volgende dag was wel aardig. Hij bracht me inderdaad naar alle trekpleisters. Ik kon ze ’s avonds zo afstrepen in mijn Lonely Planet. En hij wist er flink wat over te vertellen. Maar op de 1 of andere manier boeien al die tempels steeds minder. Als je er een paar gezien hebt dan gaan ze allemaal op elkaar lijken. Het touren door de omgeving vond ik erg aangenaam. En het bezoek aan de replica van Gunung Rinjani (reeds sinds 1800 zoveel) was mooi. Ook nog even Mataram, de hoofdstad van Lombok in geweest, maar dat was niet zo inspirerend.

Het eiland is wel weer stukken netter vormgegeven dan Flores en Sumbawa. Brede wegen die goed aangelegd zijn bijvoorbeeld. En er is veel minder zwerfvuil te zien hier. Alleen is het dus zo jammer van die volhardende verkopers. Mijn hotel zit aan het strand. En zelfs als ik dan wat zit te eten komen ze nog allerlei zaken verkopen. Natuurlijk moeten zij ook eten, maar dit is volgens mij niet echt een goede manier om je waar aan te prijzen.

Overigens zie je ook hier weer dat het tourisme is ingestort. Sommige hotels zijn compleet verlaten en vervallen. Anderen zijn nog wel open, maar daar kun je zien dat er al lang geen groot onderhoud gedaan is. Ook de straten zijn niet echt met veel toeristen bevolkt. En ’s avonds zijn de restaurants altijd maar een beetje gevuld. Er is gewoon teveel capaciteit voor het huidige aantal bezoekers.